'Niet van gisteren'
MEDIATREFPUNT
www.mediatref.com [www.mediatref.nl]
 

Start
Kabelzaken
Reglement
Contact

Kindertelevisie is 50 jaar jong

Uit BN/DeStem:

Door Nico Postma

Donderdag 6 januari 2005 - Op de dag af vijftig jaar geleden werd kindertelevisie geboren met het programma ‘Opstand in de kribbe’. Vlak daarna kwam de eerste aflevering van ‘Dappere Dodo’ op het scherm. Tv-medewerker Fred Bredschneyder blikt terug.

HILVERSUM – Het is donderdag 6 januari 1955 als het eerste kindertelevisieprogramma ‘Opstand in de kribbe’ op de Nederlandse beeldbuis wordt uitgezonden, ruim drie jaar na de allereerste televisie-uitzending. De schaarse tv-zendtijd werd vanaf die dag officieel uitgebreid met een halfuur per week. Dat halfuurtje op de donderdagmiddag was speciaal bedoeld voor kindertelevisie, vertelt Fred Bredschneyder (77). De Hilversummer was een van de eerste tv-medewerkers van de KRO en zijn plakboek vol knipsels en foto's dient als geheugensteuntje.

Bredschneyder: „Er was in die tijd maar één net. De eerste middaguitzending duurde van vijf tot halfzes. Als KRO moesten we één keer per maand de uitzending verzorgen en toevallig waren wij op 6 januari 1955 als eerste aan de beurt. We vroegen ons af hoe we dat half uur moesten invullen. Als KRO wisten we natuurlijk dat op die dag Driekoningen zou worden gevierd. Toevallig kwamen we een toneelspel van de Volendammer Pé Mühren op het spoor. Ik herinner me het verhaal niet helemaal, maar het heette ‘Opstand in de kribbe’ en ging over beelden in de kerststal die protesteerden tegen het feit dat ze te vroeg, nog voor het driekoningenfeest, werden opgeruimd door de pastoor.“ De toneelspelers waren van de toenmalige toneelgroep Puck, waar de KRO veel contact mee had. Johan Fiolet was de pastoor, Johan Walhain speelde de koster. De koningen Caspar, Balthasar en Melchior werden gespeeld door Otto Sterman, Guus Verstraete (senior) en Cor Dommelshuizen. Leen Jongewaard was als 28-jarige acteur Benjamin de jonge herder en in de os zat Erik van der Donk. De destijds 27-jarige Piet Römer was de ezel. Bredschneyder: „De toewijding en het vakmanschap van de acteurs viel me op. Voor de acteurs was televisie ook nieuw. En ik herinner me dat de hele studio gevuld was als we uitzendingen hadden. Uiteraard was het een live-uitzending. Dat gaf altijd weer een aardige spanning. Als het fout ging, kon je hooguit het bordje storing laten zien. Maar het ging goed.“

Bredschneyder was officieel producer. „Maar ik wist nauwelijks wat het inhield. Ik was net een jaar in dienst bij de KRO.“

Op 3 februari 1955 was de KRO opnieuw aan de beurt om de kinderuitzending te verzorgen. Bredschneyder: „Na de eerste uitzending met het Driekoningenspel zeiden we tegen elkaar ‘wat nu?'. ‘Moet je horen', zei Jan Castelijns, het toenmalige hoofd tv van de KRO. Hij wist te vertellen dat er in Soest een katholieke poppenspeler woonde: Bert Brugman. „Fred', vroeg hij mij, ‘Kun jij niet een spelletje schrijven, jij bent toch journalist?’ Ik had wel veel met toneel te maken gehad, en begon te schrijven. Over een jongetje dat allerlei avonturen beleeft, net als Dik Trom. Ik begon met het bedenken van een naam. Nu hadden ze bij de KRO een boek en dat heette ‘Met de heiligen het jaar rond'. Daar stond iets in over de Heilige Dodo. Ik vond het een leuke naam en als alliteratie maakte ik er ‘Dappere Dodo’ van.“

In zijn plakboek vindt Bredschneyder een plaatje van het kereltje. De pop had een lange Pinokkio-neus en een blonde kuif. De letterlijke tekst van het bijbehorende liedje staat er ook bij:

‘Jongens en meisjes kijk nu goed

wat die dapp're Dodo doet.

’t Is een jongen met veel pit

waar geen greintje kwaad bij zit.

Hij is jullie dikke vrind

die je heus wel aardig vindt.

Daad'lijk staat hij voor je neus.

Kijk, daar is ie, echt waar, heus.'

De tekst van het slotlied luidde:

‘Jongens, meisjes, wat een pech

Dapp're Dodo gaat nu weg.

Maar hij komt een volgende keer

met zijn avonturen weer.

En dan trekt hij blij van zin

weer de wijde wereld in.

Kinderen let dan allen op

anders heb je heus een strop.'

Bredschneyder: „We hadden maar drie afleveringen gepland, maar toen bleek het enorm aan te slaan. Ik wist geen avonturen meer te bedenken, waarna Brugman het overnam. Hij is zelf gaan schrijven. De uitzendingen bleken heel populair te zijn. Onze omroepster Hannie Lips liet eens een vlaggetje in beeld zien van Dappere Dodo. We kregen duizenden aanvragen van kinderen die zo'n vlaggetje wilden hebben.“

Zwaaien werd het handelsmerk van Hannie Lips, die Mies Bouwman had opgevolgd als KRO-omroepster. „Eens per maand op donderdagmiddag zwaaide ze de kinderen goedendag. Dan kreeg de KRO brieven terug van kinderen die schreven: ‘Zag u mij niet terugzwaaien?“

Populair

Bredschneyder: „Er waren in die tijd maar weinig toestellen. Kinderen keken met zijn tienen tegelijk bij mensen in de straat die wel een toestel hadden. Televisie was populair, maar ook het enige wat kinderen hadden. Ze speelden op straat en alles wat op tv kwam was interessant. Vroeger was het primitief en eenvoudig. Het leven was te bevatten en men kon ervan genieten. Thuis werden spelletjes gespeeld: ganzenbord, domino, kaarten. Overal in de huiskamers stond de tafel in het midden van de huiskamer, tot de tv zijn intrede deed en de mensen daar omheen gingen zitten.“

„Ik heb nog wel eens een latere aflevering van de ‘Dappere Dodo’ gezien. Het was echt heel gezapig en braaf. De kinderen van nu zouden het niet meer leuk vinden. Ik kijk graag naar moderne jeugdfilms als ‘Pluk en de Petteflet’, ‘Kruimeltje’ en ‘Erik of het klein insectenboek’. Dat zijn kwalitatief goede films. Er wordt zoveel meer aandacht aan besteed dan vroeger. Kinderen van nu zijn ook veel meer gewend, ze verwachten perfecte tekenfilms en animatieseries. Als je nu met zo'n knullige pop aan komt zetten zouden ze echt niet kijken.“

 

© 2004-2010 Mega Media Producties